ArabicArabisch

EnglishEngels

Frans

Duits


Gesponsorde links:
Aljazeera Arabisch


Aljazeera Engels
Iqraa TV
Van Dale

Linxd

AlbahjaTransArabe Freelance
Beëdigd tolken & vertalen Nederlands <---> Arabisch
Welcome A.T.A.F. مرحبا بكم Welcome ;

1.

Al-Faatihah Het Begin
2. Al-Baqarah De Koe
3. Al-Imraan Het Huis van Imraan
4. An-Nisa De Vrouwen
5. Al-Maidah De Tafel
6. Al-An'aam Het Vee
7. Al-Aa'raaf De Verheven Plaatsen
8. Al-An'faal De Oorlogsbuit
9. At-Taubah Berouw
10. Joenos Jonas
11. Hoed  Hoed
12. Joesof Jozef
13. Ar-Ra'd De Donder
14. Ibrahiem Abraham
15. Al-Hidjr Het Rotsachtige Pad
16. An-Nahl De Bij
17. Al-Israa, Banie Israa'iel De Nachtelijke Tocht, De Kinderen van Israël
18. Al-Kahf De Spelonk
19. Marjam Maria
20. Taa Haa Taa Haa
21. Al-Anmbi'jaa De Profeten
22. Al-Hadj De Pelgrimstocht
23. Al-Mominoen De Gelovigen
24. An-Noer Het Licht
25. Al-Forqaan Het Criterion
26. Asj-Sjoaraa De Dichters
27. An-Naml De Mieren
28. Al-Qasas De Vertelling
29. Al-Ankaboet De Spin
30. Ar-Roem De Romeinen
31. Loqmaan De Wijzen
32. As-Sadjdah De Aanbidding
33. Al-Ahzaab De Confrères
34. Saba De Stad van Saba
35. Faatir De Schepper
36. Jaa Sien Jaa Sien
37. As-Saaffaat Zij die in de Rangen behoren
38. Saad Saad
39. Az-Zomar De Groepen
40. Al-Momin De Gelovige
41. Fussilat Fussilat
42. Asj-Sjoera De Consultatie
43. Az-Zochrof Gouden Juwelen
44. Ad-Dochaan De Rook
45. Al-Djaasi'jah Het Knielen
46. Al-Ahqaaf Bochtige Zandpaden
47. Mohammed Mohammed 
48. Al-Fat'h Overwinning
49. Al-Hodjoraat De Vertrekken aan de Binnenkant
50. Qaaf Qaaf
51. Az-Zaari'jaat De Winden die Verspreiden
52. At-Toer De Berg
53. An-Nadjm De Ster
54. Al-Qamar De Maan
55. Ar-Rahmaan De Meest Gracieuze
56. Al-Waaqiah De Onoverkomelijke Gebeurtenis
57. Al-Hadied Het IJzer
58. Al-Modjaadalah De Vrouw die Pleit
59. Al-Hasjr De Bijeenkomst
60. Al-Momtahanah De Vrouw die Ondervraagt zal worden
61. As-Saff De Strijdplaats
62. Al-Djomo'ah De Vrijdag (Bijeenkomst)
63. Al-Monaafiqoen De Huichelaars
64. At-Taghaabon Beider Verlies en Winst
65. At-Talaaq De Scheiding
66. At-Talaaq Denkende dat iets Verboden is
67. Al-Molk De Dominie
68. Al-Qalam De Pen
69. Al-Haaqqah De Zekere Realiteit
70. Al-Ma'aaridj De Manieren van Ascentie
71. Noeh Noach
72. Al-Djinn De Djinn
73. Al-Mozzammil Gevouwen in Kleding
74. Al-Moddassir Iemand die Gebundeld is
75. Al-Qi'jaamah De Resurrectie
76. Ad-Dahr, Al-Insaan De Tijd, De Mensen
77. Al-Morsalaat Zij Die Gezonden Waren
78. An-Naba Het Nieuws
79. An-Naziaat An-Naziaat
80. Abasa Hij Fronste
81. At-Takwier Het Opvouwen
82. Al-Infitaar Het Klievende
83. Al-Motaffifeen Daden in Fraude
84. Al-Insjiqaaq De Splijting
85. Al-Boroej De Tekens van de Zodiak
86. At-Taariq De Nachtelijke Bezoeker
87. Al-Ala De Allerhoogste
88. Al-Ghaasjijah Het Overweldigende Evenement
89. Al-Fadjr De Dageraad
90. Al-Balad De Stad
91. Asj-Sjams De Zon
92. Al-Lail De Nacht
93. Ad-Dhohaa De Glorieuze Ochtend
94. Asj-Sjarh De Expansie
95. At-Tien De Vijg
96. Al-Alaq Het Geronnen Bloed
97. Al-Qadr De Waardevolle Nacht
98. Al-Bajjinah Het Uitsluitende Bewijs
99. Az-Zalzalah Het Geschudene
100. Al-Aadi'jaat Zij Die Rennen
101. Al-Qaariah De Dag van Oproering
102. At-Takaasor Opstapelen
103. Al-Asr De Tijd door de Tijden
104. Al-Homazah De Schandaal Verspreider
105. Al-Fiel De Olifant
106. Qoraisj Qoraisj
107. Al-Maa'oen De Noden van Buren
108. Al-Kausar Overvloed
109. Al-Kaafiroen De Ongelovigen
110. An-Nasr De Overwinning
111. Al-Masad, Al-Lahab De Palmvezel, De Vlam
112. Al-Ichlaas Zuiverheid van Geloof
113. Al-Falaq De Dauw
114. An-Naas De Mensheid

 

 

38. Saad

 

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1. Saad. Bij de Koran vol van aanzien.

2. Maar de ongelovigen zijn in valse trots en strijd.

3. Hoevele geslachten hebben Wij vernietigd vóór hen! Zij schreeuwden het uit, toen er voor ontkomen geen tijd meer was.

4. En dezen verwonderen zich, omdat een waarschuwer uit hun midden tot hen is gekomen; en de ongelovigen zeggen. "Dit is een tovenaar en een leugenaar.

5. Heeft hij van vele Goden één God gemaakt? Dit is voorzeker iets eigenaardigs."

6. En de leiders onder hen zeggen: "Gaat voort en houdt u aan uw Goden. Dit is voorzeker gewenst.

7. Wij hebben hieromtrent in de laatste godsdienst niets gehoord. Dit is niets anders dan een verzinsel.

8. Aan hem is onder ons de vermaning gezonden?" Neen, zij twijfelen aan Mijn vermaning, zij hebben Mijn straf nog niet ondergaan.

9. Bezitten zij de schatten der barmhartigheid van uw Heer, de Machtige, de Milddadige?

10. Of is het koninkrijk der hemelen en der aarde en alles wat er tussen is van hen? Laat hen dan hun middelen vermeerderen.

11. Zij zijn een leger van bondgenoten dat zal worden verslagen.

12. Vóór hen loochende het volk van Noach, en Aad en Pharao - de heer der scharen -

13. En de Samoed, en het volk van Lot, e: en de woudbewoners; dezen waren bond genoten.

14. Allen verloochenden de boodschappers, daarom werd Mijn straf verwerkelijkt.

15. En dezen wachten slechts op een enkele roep waarvoor geen uitstel zal zijn.

16. Zij zeggen: "Onze Heer, geef ons spoedig ons deel vóór de Dag der Afrekening."

17. Verdraag hetgeen zij zeggen en gedenk onze dienaar David, heer van macht; voorzeker hij was altijd tot God geneigd.

18. Wij onderwierpen de bergen om met hem (God) te verheerlijken bij avond en ochtend.

19. En de vogelen die tezamen verzameld waren, waren hem allen gehoorzaam.

20. En Wij versterkten zijn koninkrijk en gaven hem wijsheid en een beslissend oordeel.

21. En heeft het verhaal van de tegenstanders u bereikt? Hoe zij over de muur van zijn kamer klommen;

22. Hoe zij bij David binnenkwamen en hij hen vreesde. Zij zeiden: "Vrees niet, wij zijn twee procesvoerders, waarvan de ene de ander onrecht heeft aangedaan; spreek daarom recht tussen ons in waarheid en handel niet onrechtvaardig en leid ons naar het rechte pad."

23. "Deze is mijn broeder; hij heeft negen en negentig ooien, en ik heb maar één ooi. Toch zegt hij: 'Geef haar aan mij' en hij was mij in het dispuut de baas."

24. David zeide: "Voorzeker, hij heeft u onrecht aangedaan door uw ooi te eisen naast zijn eigen ooien. En voorzeker, vele der mededingers doen elkaar onrecht aan, met uitzondering van hen, die geloven en goede werken doen: en zij zijn slechts weinigen." En David bemerkte, dat Wij hem hadden beproefd, daarom vroeg hij om vergiffenis van zijn Heer en zich tot Hem wendend, viel hij in gebed neder.

25. Daarom gaven Wij hem bescherming en inderdaad had hij een dichte toenadering en een voortreffelijk toevlucht tot Ons.

26. (Wij zeiden): "O David, Wij hebben u als stedehouder op aarde aangewezen, spreek daarom recht over de mensen naar waarheid en volg (hun) begeerten niet, anders zullen zij u van de weg van Allah afleiden." Degenen, die van de weg van Allah afdwalen zullen gewis een strenge straf ontvangen, omdat zij de Dag des Oordeels vergeten.

27. En Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is niet tevergeefs geschapen - Dat is het vermoeden der ongelovigen. En wee de ongelovigen vanwege het Vuur.

28. Zullen Wij degenen, die geloven en goede werken doen op dezelfde wijze behandelen als de onheilstichters op aarde of moeten Wij de godvruchtigen en de bozen gelijk stellen?

29. Het Boek dat Wij aan u hebben geopenbaard is vol van zegeningen, laat hen dus over zijn verzen nadenken en laat de verstandigen er lering uit trekken.

30. En aan David schonken Wij Salomo; een voortreffelijke dienaar, die altijd (tot Ons) geneigd was.

31. Herinnert u, toen er renpaarden van het edelste ras en vlug ter been op een avond voor hem werden gebracht,

32. Dat hij zeide: "Ik houd van goede dingen vanwege de gedachtenis aan mijn Heer." Toen zij (de zon) door een sluier verborgen waren, zei hij:

33. "Brengt ze naar mij terug." Toen begon hij ze over hun benen en nek te strijken.

34. Voorzeker Wij beproefden Salomo en op zijn troon zetten Wij een zielloos lichaam. En hij (Salomo) wendde zich tot (God).

35. En zeide: "O mijn Heer, vergeef mij, en schenk mij een koninkrijk hetwelk na mij voor niemand anders is; zeker, Gij zijt de Milddadige."

36. Wij onderwierpen de wind aan hem, die op zijn gebod zachtjes waaide waarheen hij wilde,

37. En deskundigen en allerlei bouwers en duikers,

38. Alsook anderen, die met ketenen geboeid waren.

39. Wij zeiden: "Dit is Onze gave. Wees vrijgevig of spaarzaam, er zal daarover geen oordeel zjin."

40. En hij had inderdaad een dichte toenadering tot Ons en een voortreffelijke toevlucht.

41. Herinnert u Onze dienaar Job, toen hij tot zijn Heer riep: "Satan heeft mij met kommer en smart geslagen."

42. Wij zeiden: "Spoor uw rijdier met uw voet aan, hier is koel water om u er mee te wassen en ook om te drinken."

43. Wij schonken hem zijn familie en evenveel bovendien, als een barmhartigheid van Ons en als les voor mensen van begrip.

44. (En Wij zeiden:) "Neem een handvol gedroogde stengels in uw hand en sla er mee, en breek uw eed niet." Wij vonden hem standvastig. Hij was een voortreffelijke dienaar en altijd tot Ons geneigd.

45. En gedenk Onze dienaren Abraham, Izaak en Jacob, de bezitters van macht en inzicht.

46. Wij verkozen hen in het bijzonder - ter vormaning betreffende het laatste tehuis.

47. En waarlijk, zij zijn in Onze ogen de uitverkorenen en de goeden.

48. En gedenk Ismaël, Eliza en Zolkifl; zij behoren allen tot de besten.

49. Dit is een aanmaning. En voor de godvruchtigen zal zeker een voortreffelijke toevlucht zijn.

50. Tuinen der eeuwigheid met de poorten wijd voor hen open;

51. Op tronen rustend zullen zij daarin om overvloedig vruchten en drank roepen.

52. En bij hen zullen vrouwen zijn, die haar blikken weerhouden, metgezellen van gelijke leeftijd.

53. Dit is hetgeen u beloofd is voor de Dag des Oordeels.

54. Voorwaar dit is Onze voorziening die nooit uitgeput zal zijn.

55. Dit is (voor de gelovigen). Maar voor de opstandigen zal er een slechte plaats van terugkeer zijn.

56. De hel! daarin zullen zij branden, het is een slechte rustplaats,

57. Deze! Laat hen daarom een kokende en een ijskoude drank proeven.

58. En meer dergelijke van verschillende soorten.

59. Hier is een groep van uw volgelingen die er samen met u ingestort zal worden. (Zij zullen zeggen:) "Geen welkom voor hen, zij moeten in het Vuur branden."

60. Zij zullen antwoorden: "Wee, gij zijt het, voor wie geen welkom is. Gij hebt dit voor ons bereid. En het is een slechte plaats!"

61. Zij zullen zeggen: "Onze Heer, wie dit voor ons bereid heeft, voeg hem een dubbele straf in het Vuur toe."

62. En zij zullen zeggen: "Hoe komt het dat wij de mensen die wij onder de bozen rekenden, niet meer zien?"

63. "Hebben wij hen ten onrechte bespot of zien onze ogen hen niet?"

64. Voorzeker, het onderlinge redetwisten van de mensen in het Vuur is de waarheid.

65. Zeg: "Ik ben slechts een waarschuwer; en er is geen God naast Allah, de Ene, de Onweerstaanbare;

66. De Heer van de hemelen en de aarde, en alles wat er tussen is, de Machtige, de Vergevensgezinde.

67. Zeg: "Het is een belangrijke mededeling,

68. Doch gij wendt u er van af.

69. Ik heb geen kennis van de verheven vergadering toen zij onderling redetwistten,

70. Slechts dit is aan mij geopenbaard dat ik een duidelijke waarschuwer ben."

71. Toen uw Heer tot de engelen zeide: "Ik ga de mens uit klei scheppen,

72. En wanneer Ik hem heb gevormd en hem van Mijn geest heb ingeademd, werpt u dan in gehoorzaamheid voor hem neder.

73. Derhalve vielen alle engelen neder,

74. Doch Iblies niet, hij toonde hoogmoed en behoorde tot de ongelovigen.

75. God zeide: "O Iblies, wat heeft u verhinderd te buigen voor hem, die Ik met Mijn Hand heb geschapen? Zijt gij te trots of behoort gij tot de (hoog) verhevenen?"

76. Hij zeide: "Ik ben beter dan hij, Gij hebt mij uit vuur en hem uit klei geschapen."

77. God zeide: "Ga dan hier vandaan, voorzeker gij zijt de verworpene.

78. En Mijn vloek zal op u rusten tot de Dag des Oordeels."

79. Hij zeide: "O mijn Heer, vergun mij dan uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt."

80. God zeide: "U wordt uitstel verleend,

81. Tot de Dag van de bepaalde tijd."

82. Hij zeide: "Bij Uw eer, ik zal hen allen zeker doen dwalen,

83. Behalve Uw oprechte dienaren."

84. God zeide: "Dit is de waarheid en Ik zeg de waarheid,

85. Dat Ik de hel zeker met u en allen die u volgen, zal vullen."

86. Zeg: "Ik vraag u er geen loon voor, noch breng ik u in moeilijkheden.

87. Dit is slechts een vermaning voor de werelden.

88. En na een wijle zult gij de tijding er van te weten komen."



vertaalbureau© 2008   A.T.A.Freelance.